• Onderwijs

Didactische taalondersteuning voor leerkrachten secundair onderwijs met ex-OKAN leerlingen in de klas

PWO-project

We kunnen er niet naast kijken, onze maatschappij is divers geworden. Anderstalige jongeren worden grotendeel opgevangen in het basis- en secundair onderwijs. Onze doelgroep is het secundair onderwijs. Na een jaar OKAN-onderwijs komen de anderstalige nieuwkomers in het gewone onderwijs terecht. Een vervolgschoolcoach begeleidt hen daarin. Het zijn net deze vervolgschoolcoaches die aan de alarmbel trekken.

De leraren secundair onderwijs zitten nl. met de handen in het haar. Die anderstalige nieuwkomers, van wie de meesten hoge verwachtingen koesteren in dit vervolgonderwijs, beheersen de Nederlandse taal onvoldoende om de lessen te kunnen volgen. De leraren weten niet hoe ze die leerlingen en kunnen ondersteunen en ondertussen hun eigen lesdoelen bereiken. 

Ook vanuit het beleid komt een dringende oproep naar de lerarenopleidingen. In de visietekst ‘Iedereen taalcompetent’ Visie op de rol, de positie en de inhoud van het onderwijs Nederlands in de 21ste eeuw’ formuleert de Nederlandse Taalunie een dringende en noodzakelijke opdracht voor het onderwijs in Vlaanderen en Nederland: Ook de conceptnota van de Vlaamse Regering (2016) bevat dezelfde dringende oproep voor de lerarenopleidingen. Dit project wil ingaan op deze oproep van het beleid én mee oplossingen zoeken voor deze uitdagende realiteit waarmee het werkveld momenteel geconfronteerd wordt. De onderzoekers willen enerzijds nagaan op welke specifieke problemen leerkrachten secundair onderwijs in de West-Vlaamse context botsen bij ex-OKAN-leerlingen. Anderzijds willen ze ook de moeilijkheden in kaart brengen die ex-OKAN-leerlingen ervaren in de klas.

Eenmaal deze problemen in kaart gebracht werden, willen de onderzoekers de nodige didactische taalondersteuning en concrete voorbeelden aanbieden, waarmee leerkrachten aan de slag kunnen in klassen waarin ex-OKAN-leerlingen zitten.

--

Dit onderzoek focuste enerzijds op de specifieke problemen die zaakvakleerkrachten in het secundair onderwijs ondervinden bij ex-OKAN-leerlingen die hun les volgen en anderzijds op de moeilijkheden die ex-OKAN-leerlingen zelf ervaren in de klas. Op basis van deze voorstudie, suggereren de onderzoekers betekenisvolle didactische taalondersteuning en concrete voorbeelden uit verschillende vakgebieden, waarmee leerkrachten aan de slag kunnen in klassen waarin ex-OKAN-leerlingen zitten.

Via mondelinge diepte-interviews met zaakvakleerkrachten, ex-OKAN-leerlingen, vervolgschool-en taalcoaches in twee proeftuinscholen (TIHF Brugge, Sint-Paulus Oostende) en via gerichte klasobservaties in de twee proeftuinscholen brachten de onderzoekers de belangrijkste didactische taalnoden en voorbeelden van ‘good practices’ in kaart. De onderzoekers stelden ook een online-enquête op om te achterhalen welke specifieke problemen zaakvakleerkrachten secundair onderwijs met ex-OKAN-leerlingen in de klas ondervinden en hoe ze hierop een antwoord proberen te bieden.

De belangrijkste problemen die hieruit naar voren kwamen bij de zaakvakleerkrachten met ex-OKAN-lln. in de klas, waren:

  • Deze leerlingen begrijpen de vakterminologie, school- en instructietaal onvoldoende(discrepantie DAT / CAT).
  • Ze kunnen de informatie uit de handboeken niet zelfstandig verwerken.
  • Ze bezitten vaak de veronderstelde voorkennis niet.
  • Slechts een minderheid van de ex-OKAN-lln. begrijpt de mondelinge en schriftelijke opdrachten.
  • Slechts een minderheid van de ex-OKAN-lln. kan examenvragen schriftelijk in aanvaardbaar Nederlands beantwoorden
  • De groep ex-OKAN-lln. is extreem heterogeen.

De belangrijkste problemen die hieruit naar voren kwamen bij de ex-OKAN-lln., waren:

  • te moeilijke opgaven bij schriftelijke opdrachten (lange zinnen / ongekende woordenschat)
  • beperkte woordenschatkennis
  • onvoldoende kennis van tekststructuren
  • inhoudelijk weinig linken met hun leefwereld (bijv. geloof, cultuur, biologie)
  • bij toetsen en examens: tijdsnood, gebrek aan voorbeeldvragen, gebrek aan hulpmiddelen om te vertalen
  • stroeve communicatie met moedertaalsprekers
  • spreekdurf tijdens de lessen
  • luistervaardigheid (tijdens / na de lessen)
  • moeilijkheid om aan te sluiten bij de reguliere leerlingen

Aangezien de taalvaardigheid van de ex-OKAN-leerlingen vrij laag is, zoeken zaakvakleerkrachten naar andere manieren om de leerlingen te betrekken en te ondersteunen in de lessen. De meest gekozen methodieken zijn: rustig spreken (73,7%), duidelijke en verzorgde taal gebruiken (69%), inzetten op interactie in de les (64,9%), ondersteuning via visualisatie (63,4%), stapsgewijs de opdrachten uitleggen (63,9%), begrippen controleren aan de hand van controlevragen (61,5%), parafraseren als een leerling iets niet begrijpt (50,2%).

Veel elementen van taalgericht lesgeven laten zij echter nog onbenut (o.m. aanbieden van meer context, taalsteun, maximaal inzetten op interactie). Ze zijn vragende partij om hierrond meer concrete lestips te krijgen specifiek voor hun vak; didactisch materiaal uit te wisselen, een prominentere rol toe te kennen aan de taal- en vervolgschoolcoaches en na te gaan of co-teaching en/of team-teaching een antwoord kunnen bieden in deze klasgroepen. De overgrote meerderheid van de respondenten zou een papieren of digitale bundel met praktische tips én uitgewerkte lessen waarderen.

Deel dit via
Dit is een onderzoeksproject van expertisecentrum:
Status: Startdatum: Einddatum:
Afgerond01/09/201831/08/2019
Heb je vragen?Ik help je graag verder!Kristof Van de Keeremail mij

Projectmedewerkers

Interesse om een eigen project te starten?

Neem contact op met Kristof Van de Keere via mail