VIVES viert 200 jaar vroedkunde in Brugge

Frank Devos
200jaarvroedkunde.jpg

VIVES viert op donderdag 17 mei 2018 in VIVES Brugge Xaverianenstraat het 200-jarig bestaan van de opleiding vroedkunde in Brugge. Dr. William De Groote zal er de geschiedenis van de verloskunde toelichten en meer specifiek het vroedkunde-onderwijs in Brugge. 

Vroeger werd de opleiding van vroedvrouwen stiefmoederlijk behandeld. In 1775 kwam er een aanzet voor een georganiseerd verloskundig onderwijs van vroedvrouwen in West-Vlaanderen op initiatief van de Franse vroedvrouw M.A. Le Boursier du Coudray. Her en der werden er in de provincie cursussen ingericht maar door de invasie van de Fransen in 1792 werden die onderbroken.

Het verloskundig onderwijs werd pas heropgestart onder de Franse prefect Chauvelin met de officiële oprichting van een ‘Salle de Maternité’ (Moederhuis) in Brugge in 1806 in het Sint-Janshospitaal.Mevrouw Agnes Langenbick was toen overste.

Het ‘Moederhuis’ in Sint-Jan is waarschijnlijk al geleidelijk tussen 1790 en 1800 ontstaan met ongeveer 8 dopelingen per jaar tussen 1801 en 1806. Het bevond zich toen in de Mariastraat 36 en verhuisde in 1910 naar het in die tijd nieuwe ‘Moederhuis’ in de Oostmeeers 17. Aan dit ‘Moederhuis’ van het Sint-Janshospitaal bleef een provinciale school voor vroedkunde verbonden.

De lessen waren kosteloos en werden gegeven door de ‘heelmeesters-professoren’ van het hospitaal zelf. De kraaminrichting werd bestuurd door de ‘eerste vroedvrouw’, bijgestaan door de tweede vroedvrouw die samen met de leerlingen-vroedvrouwen instond voor de kraamvrouwen en pasgeborenen. De eerste vroedvrouw was bestuurster van het ‘Moederhuis’ en ook ‘vroedvrouw-meesteres’ van de provinciale school.

In 1878 werd juffr. Marie Perneel benoemd als ‘eerste vroedvrouw’ door de bestendige deputatie van de provincie. Bij haar overlijden in 1919 werd de functie opgesplitst. Juffr. Valérie Jongbloetwerd bestuurster en juffr. Marie Pintelonvroedvrouw-meesteres.

Na een conflict met het bestuur van de COO (toenmalige Commissie van Openbare Onderstand) in 1930 gaven beiden hun ontslag en richtten samen met dr. A. Vandermerschhet Sint-Annamoederhuis en de Sint-Annaschool voor vroedvrouwen op met de leerlingen die met hen waren meegekomen.  In zitting van 17 juli 1930 besloot de provinciale raad de provinciale school voor vroedvrouwen, gehecht aan het ‘Moederhuis’, met het einde van het lopende schooljaar als provinciale inrichting af te schaffen.

Al op 1 oktober 1930 werd een nieuwe vroedvrouwenschool in het Sint-Janshospitaal opgestart maar nu niet meer als provinciale school. Er was een beheerraad met dr. Verstraeteals bestuurder. De directie van de kraaminrichting en vroedvrouwenschool Sint-Jan werd nu waargenomen door een hospitaalzuster van Sint-Jan.

Zuster StanislasChristiaenswas de eerste religieuze directrice. De directrice werd bijgestaan door een zuster-monitrice en een lesgeefster voor de theoretische vakken. Het hoofdvak verloskunde werd gegeven door dokters-verloskundigen verbonden aan de kraaminrichting. In 1952 werd de studie van vroedvrouw van 2 jaar naar 3 jaar gebracht.

De Kraamafdeling investeerde in een nieuwe verloskamer. Na de nieuwe verloskamer in de nieuw gebouwde vleugel werd ook een nieuwe prefabbouw met éénpersoonskamers gebouwd. Het aantal geboortes was immers ook sterk opgelopen naar gemiddeld 12 000 geboortes per jaar.

In 1962 wordt de vroedvrouwenopleiding overgenomen door het Sint-Jansinstituut voor verpleegkunde in het Zonnekemeers. Het diploma van vroedvrouw werd van toen af behaald na een specialisatiejaar verloskunde volgend op 2 basisjaren verpleegkunde. In 1995 werd de specialisatie vroedvrouw dan terug een afzonderlijke basisopleiding van 3 jaar. 

Geschiedenis van de verschillende locaties van de vroedvrouwenschool

Voor 1910 was het ‘Moederhuis’ ondergebracht in een pand van Sint-Jan in de Mariastraat 36. Deze gebouwen beantwoordden echter niet meer aan de strengere eisen van de openbare gezondheid en aan de nieuwe noden. Daarom werd beslist om een nieuw ‘moederhuis’ te bouwen in de Oostmeers 17. Het gebouw werd onderverdeeld in een school voor leerlingen-vroedvrouwen en bestuur, en een ‘moederhuis’ voor 18 zwangere vrouwen en 18 kraamvrouwen.

Het ‘Moederhuis’ werd vanaf oktober 1910 in gebruik genomen. Een deel ervan werd in pacht gegeven aan het provinciaal bestuur van West-Vlaanderen om ook als internaat te dienen voor de leerlingen-vroedvrouwen van de Provinciale School voor Vroedkunde.

De pachtakte werd verleden voor een termijn van 27 jaar vanaf 1 augustus 1919 om te eindigen op 31 juli 1946. Maar bij de afsplitsing van de kraamkliniek van Sint-Anna werd in 1930 de pacht aan de provincie opgezegd en werden de nieuwe kraamkliniek en vroedvrouwenschool onder leiding van de hospitaalzusters van Sint-Jan in de Oostmeers 17 geïntegreerd.

Door de wijzigingen in de studies van vroedkunde en verpleegkunde werd vanaf september 1962 de school der vroedvrouwen van de Oostmeers 17 overgebracht naar het Sint-Jansinstituut voor verpleegkunde in het Zonnekemeers 18-20. Het Sint-Jansinstituut voor verlos- en verpleegkunde werd een deel van de campus van de Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende (KHBO, nu VIVES) en verhuisde in 2009 naar de nieuwe campus VIVES Brugge Xaverianenstraat.

Deel dit via