VIVES Roeselare onderzoekt hoe ‘andere’ groenten en fruit, stengels en bierdraf om te zetten in waardevolle producten

Frank Devos
courgette

Vroeger kreeg iets al snel de term afval toegewezen. De jongste jaren is echter meermaals gebleken dat bepaalde van die zogenoemde afvalstromen waardevol zijn en gebruikt kunnen worden bij het maken van nieuwe producten. Er wordt vandaag minder gesproken over afvalstromen, veel meer over reststromen. Het expertisecentrum agro- en biotechnologie van VIVES Roeselare onderzoekt momenteel hoe je reststromen van de tuinbouw kan gebruiken.

Waarschijnlijk herken je het wel. Je wandelt door de winkelgangen en komt bij de groenten- en fruitafdeling. Je neemt enkele tomaten en laat die ene tomaat liggen die er een beetje anders uitziet. Wel, dat is nog maar één van de vele groenten die niet op je bord terechtkomen, want daaraan is al een heel selectieproces voorafgegaan.

In de tuinbouwsector zijn er jaarlijks heel wat groenten en fruit die niet in de consumentenketen terechtkomen. Ze zijn te klein, hebben een iets andere kleur of rare vorm. De meeste worden gebruikt voor het maken van compost of worden weggegooid. Daarnaast zijn er ook grote hoeveelheden stengels en bladeren. Binnen het Europees project Bioboost onderzoekt men hoe deze reststromen zo goed mogelijk gebruikt kunnen worden. 

Tomatenstengels bijvoorbeeld bevatten heel wat vezels. Er lopen onderzoeken naar hoe ze te gebruiken bij het maken van papier of karton. Groenten die nu afgekeurd worden naar vorm of kleur kunnen dan weer worden verwerkt in groentenburgers.

Ook bij de productie van bier zijn er reststromen. Na de verwerking van mout blijft er draf over. Momenteel wordt het vooral gebruikt als voeder voor rundvee, maar er zijn heel veel toepassingen mogelijk. Het is rijk aan eiwitten en vezels. VIVES bekijkt de mogelijkheden om er burgers, koekjes, crackers en chips mee te maken. Ook de verwerking van draf in een burger is al getest.

Projectmeeting in Epping nabij London

Afgelopen week vond er een projectmeeting plaats met de verschillende Europese partners. Het gaat om een samenwerking tussen 9 Europese partners, van Belgische zijde zijn naast VIVES ook het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, Inagro en Tomabel betrokken. Finaal is het de bedoeling om een aanpak te ontwikkelen die breed inzetbaar is. 

Deel dit via