VIVES ontwikkelt mee aan simulatiewebsite voor ouders met een kinderwens

Frank Devos
klaarvoorkinderen.png

Wist je dat 25 jaar biologisch de meest geschikte leeftijd is voor vrouwen om kinderen te krijgen? Begin je voor je dertigste aan kinderen, dan heb je 85 procent kans om binnen het jaar zwanger te geraken. Op 30-jarige leeftijd is de vruchtbaarheid bij vrouwen al aanzienlijk afgenomen. Dit is nochtans de leeftijd waarop de meeste vrouwen aan kinderen beginnen in Vlaanderen, zo blijkt uit de meest recente SPE-cijfers. 

Uit een studie bij studenten, mensen met kinderen en mensen zonder kinderen, uitgevoerd door Ilse Delbaere, docent vroedkunde en onderzoekster van het expertisecentrum zorginnovatie van VIVES,  blijkt dat er weinig kennis is over het effect van leeftijd op de vruchtbaarheid.

Vanuit deze insteek heeft het expertisecentrum samen met verschillende partners de website www.klaarvoorkinderen.be ontwikkeld. Deze website simuleert op basis van verschillende vragen (geslacht, leeftijd, gewenst aantal kinderen, toekomstplannen, etc.) wanneer je aan kinderen zal beginnen en vertelt je daarbij welke (mogelijke) risico’s hiermee gepaard gaan. Op die manier willen de onderzoekers mensen op een degelijke, maar toch toegankelijke manier inlichten omtrent de impact van leeftijd op de vruchtbaarheid.

Ilse Delbaere vertelt dat “de perceptie leeft vandaag dat je op elke leeftijd kan beginnen aan kinderen en dat zwanger worden vaak via een vlekkeloos parcours verloopt. Heel vaak is er echter een lange weg voorafgegaan aan het zwanger worden. Zo groeit de kans dat er medisch begeleide hulp moet ingeschakeld worden, bv. een IVF-behandeling, naarmate je ouder wordt. Heel wat mensen vertellen dat indien ze eerder hadden geweten dat je vruchtbaarheid aanzienlijk daalt na je dertigste, ze toch reeds eerder aan kinderen zouden begonnen zijn. Aan de hand van de website klaarvoorkinderen.be willen we ervoor zorgen dat de kennis groeit bij de bevolking over de impact van je leeftijd op je vruchtbaarheid om in de toekomst dergelijke mispercepties zo veel mogelijk te vermijden.” 

Belangrijke kanttekening hierbij is dat “er ook een heel aantal koppels vandaag bewust kiezen om kinderloos te blijven.  Deze website is niet enkel gericht is op mensen die een kinderwens hebben. Evengoed kan je geen kinderwens hebben, maar ook in dit geval is het erg belangrijk dat je voldoende geïnformeerd bent omtrent een goede seksuele gezondheid. Hier ligt de focus dan op sensibilisatie op vlak van SOA’s en het gebruik van de juiste anticonceptie om ongewenste zwangerschappen te vermijden” aldus Ilse Delbaere. 

Keuzes over het al of niet hebben van kinderen hangen voor een groot deel af van correcte informatie. Onvoldoende informatie over de biologie van vruchtbaarheid en over de oorzaken van verminderde vruchtbaarheid kan aan de basis liggen van ongewenste kinderloosheid, maar ook wanneer mensen er niet in slagen om het gewenste aantal kinderen te bekomen kan dit het gevolg zijn van gebrek aan informatie. Het gaat hierbij om overdracht van verschillende facetten van kennis over de menstruele cyclus, de impact van levensstijl en omgevingsfactoren op vruchtbaarheid, en over de impact van toenemende leeftijd op de kans op een kind.

“Vanuit het groeiend besef dat er bij jonge mensen nood is aan de juiste informatie over reproductieve gezondheid heeft een groep Belgische experts zich geschaard achter een initiatief om een breed publiek van jongeren en jonge volwassenen aan te spreken. Het Belgian Fertility Education Initiative wil door kennisoverdracht ertoe bijdragen dat jonge mensen hun keuzes over voortplanting beter onderbouwd zien. De website www.klaarvoorkinderen.be is een eerste stap in deze richting.” aldus Michel De Vos, afdelingshoofd fertiliteitsdiagnostiek en – behandeling van UZ Brussel.

De website www.klaarvoorkinderen.be is het resultaat van een samenwerking tussen verschillende partners: Hogeschool VIVES, Howest, UGent, Bioethics Institute Ghent, Sensoa, Kind&Gezin, One, VUB/UZ Brussel, De Verdwaalde Ooievaar, Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg en Belgian Society for Reproductive Medicine.

Deel dit via