Studiedag rond mutisme of spreekangst in VIVES campus Brugge

Frank Devos
kindje.png

Naar schatting 7 kinderen op 1000 heeft te kampen met selectief mutisme of extreme spreekangst.  Ze spreken niet en zwijgen voortdurend in bepaalde sociale situaties zoals de school. En toch zijn het thuis vlotte praters.  

Ouders van deze kinderen leggen vaak een lange en moeilijke zoektocht af naar passende hulp. Op dit moment zijn er nog te weinig hulpverleners die de specifieke behandeling van selectief mutisme kennen of kunnen uitvoeren. De ouderwerkgroep selectief mutisme wil het probleem onder de aandacht brengen, oplossingen zoeken en de kennis die voorhanden is verspreiden.

In samenwerking met Hogeschool VIVES, CERA foundation en Sensotec organiseert de ouderwerkgroep selectief mutisme op 18/02/2017 in Brugge een lstudiedag selectief mutisme, gericht naar professionals en ouders. De bedoeling is kennis te verzamelen en ervaring uit te wisselen over de behandeling van selectief mutisme. Dit vindt plaats in de campus Brugge Xaverianenstraat van VIVES.

Kunnen maar niet durven

Een kind met selectief mutisme kan doorgaans goed praten in de ene situatie en klapt helemaal toe in een andere situatie. Dit wordt niet veroorzaakt door een gebrek aan kennis of woordenschat van de spreektaal maar wel door angst. Selectief mutisme is een angststoornis. 

Hoe jonger het kind, hoe groter de slaagkans van de behandeling

Selectief mutisme begint tussen het derde en vijfde levensjaar. Het wordt vaak voor het eerst opgemerkt op de kleuterschool of aan het begin van de basisschool. Zelf weten ze ook niet waarom ze niet praten. Als ouders hen vragen waarom ze niets willen zeggen in die bepaalde situatie, dan antwoorden ze vaak: "Ik weet het niet". 

Hoe vroeger men met een behandeling begint, hoe beter, want zo vermijdt men dat het gedrag ‘verankerd’ wordt. In elk geval is het wenselijk dat deze kinderen voor hun tiende jaar behandeld worden.

Samenwerking tussen de school, de ouders en de therapeut

De behandeling is een combinatie van cognitieve gedragstherapie met het kind en oudertherapie. Frequent overleg tussen therapeut, ouders en leerkracht is hierbij heel belangrijk.  De therapie bestaat uit vele kleine stappen. Er wordt veel geoefend in geleidelijk moeilijker situaties. Met de hulp van verhalen, spelletjes en oefeningen worden het zelfvertrouwen en positief zelfbeeld versterkt. Als het kind kan praten met de therapeut, wordt het oefenen voortgezet op school. Stapje voor stapje gaan andere kinderen en leerkracht(en) mee oefenen. Eerst in kleine groepjes buiten de klas, nadien in de klas.

Ouders en leerkrachten hebben nood aan steun en begeleiding

Ouders kunnen onzeker worden omdat ze hun opvoeding voortdurend moeten afstemmen op de angstige aard van hun kind. Langs de ene kant willen de ouders hun kind stimuleren tot meer zelfstandigheid en langs de andere kant willen ze rekening houden met de angsten van hun kind.

Ook voor een leerkracht is het een hele opgave. Hij of zij kan moeilijk inschatten hoe het kind zich op school voelt. Het kind heeft minder mogelijkheden om hulp te vragen. Ook kan de leerkracht het lees- en spraakniveau van het kind niet vlot toetsen. Ouders en ook leerkrachten krijgen uitleg over angststoornissen en hoe de therapie werkt. Ze leren het belang van de vele tussenstappen. Ze krijgen tips hoe ze hun kind kunnen ondersteunen bij het overwinnen van de angsten.

Deel dit via