Opinie: Worden snelheidsovertredingen binnen de GAS de nieuwe gemeentelijke geldezel?

Frank Devos
cameras.jpg

Op 7 oktober 2020 werd een Vlaams verzameldecreet houdende diverse bepalingen, onder meer met betrekking tot het mobiliteitsbeleid, goedgekeurd door de plenaire vergadering. Een decreet met, jawel, ook weer een uitbreiding van de gemeentelijke administratieve sancties (GAS). Thomas Langbeen, lector recht en onderzoeker aan VIVES Brugge Xaverianenstraat schreef hier samen met onderzoeker Maxim Thomas deze opinie.

De bizarre en op zijn minst omstreden introductie van de GAS als handhavingsmiddel voor de naleving van de COVID-19-maatregelen is nog maar net een stille dood gestorven en er lijkt alweer een nieuw GAS-tijdperk aangebroken. Het valt nauwelijks nog te ontkennen dat de GAS zich tot het favoriete handhavingsmiddel van onze wetgevers heeft ontpopt.

Wanneer de nieuwe GAS-bepalingen precies in werking zullen treden moet de Vlaamse decreetgever nog bepalen, maar het zit er in ieder geval wel aan te komen: de eerder aangekondigde snelheidsovertredingen binnen de GAS.

Het decreet beoogt met een nieuw artikel 29quater in de Wegverkeerswet de gemeenten de mogelijkheid te bieden om zelf snelheidsovertredingen door meerderjarigen administratief te sanctioneren. Deze bevoegdheid wordt evenwel begrensd tot snelheidsovertredingen van maximaal 20 kilometer per uur, vastgesteld via automatisch werkende toestellen (flits- en ANPR-camera’s). Daarenboven geldt de gemeentelijke sanctioneringsbevoegdheid enkel voor overtredingen binnen de snelheidszones van 30 en 50 kilometer per uur. 

Wat de bedoeling is van deze optionele bevoegdheidsoverdracht valt niet expliciet uit het decreet af te leiden. Tussen de lijnen door valt echter te lezen dat de decreetgever hiermee hoopt de strafrechtelijke handhaving te ontlasten en de gemeenten de mogelijkheid wil bieden om de gemeentekas te spijzen. Wat het spijzen van de gemeentekas betreft, mogen we nochtans niet vergeten dat met een GAS-sanctionering ook heel wat kosten gepaard gaan en niet louter inkomsten. Zo mogen ook de personeelskosten van de sanctioneringsdienst, eventuele bemiddeling, etc. niet uit het oog worden verloren. Daarenboven stelt de decreetgever voor deze nieuwe categorie van inbreuken als vereiste dat de overtredingen moeten worden vastgesteld met door de gemeente of lokale politie zelf gefinancierde apparatuur (automatische camera’s). 

Los van het feit dat de GAS o.i. niet mag worden misbruikt als geldezel, kunnen we ons de vraag stellen of we met dit decreet niet het risico zullen lopen op een wildgroei aan automatische flitscamera’s binnen de gemeentelijke lage snelheidszones … De tijd zal het uitwijzen, maar in ieder geval vereist dit systeem zeker voor de (kleinere) gemeenten die nog geen gebruik maken van automatische camera’s een forse investering. Het is maar de vraag of, laat staan op welke termijn, deze investering zich zal kunnen terugwinnen.

De decreetgever heeft bij de opstelling van het decreet rekening proberen houden met het principe van de rechtsgelijkheid. Zo zijn de boetebedragen dezelfde als deze bij een strafrechtelijke afhandeling, blijft de strafrechtelijke beteugeling bestaan voor overtredingen in de gemeenten die deze overtredingen niet in hun GAS-reglement opnemen evenals voor minderjarige overtreders, kan hoger beroep worden ingesteld bij de politierechtbank, etc.

Het siert de Vlaamse decreetgever dat hij de nodige aandacht heeft willen besteden aan de rechtsgelijkheid. Toch strookt de praktijk niet altijd met de theorie. Zo bepaalt het KB van 21 december 2013 met betrekking tot de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de sanctionerend ambtenaar dat de sanctionerend ambtenaar zijn bevoegdheden op onafhankelijke wijze uitoefent, daarbij autonoom moet kunnen beslissen en geen instructies mag ontvangen. Daar waar over de sanctie wordt beslist door een andere instantie (de provincie, een intergemeentelijk samenwerkingsverband of een andere gemeente) dan de gemeente op wiens grondgebied de overtreding werd begaan, d.i. op basis van een interbestuurlijke samenwerking, kunnen we geloven in een enigszins onafhankelijke relatie tussen de sanctionerend ambtenaar en de sanctionerende overheid.

Echter daar waar de sanctionerend ambtenaar wordt tewerkgesteld door de sanctionerende overheid zelf, zien we helaas nog geregeld, vooral dan in kleinere gemeenten, dat er wel eens politieke inmenging durft te bestaan in de afhandeling van overlastdossiers. Zal die sanctionerend ambtenaar dan ook in staat zijn om op autonome/onafhankelijke wijze en zonder instructies een snelheidsboete op te leggen aan bepaalde personen binnen zijn tewerkstellende gemeente … ?

Deel dit via