Kwart van scholieren heeft ongezond lichaamsgewicht aldus studie bij 1100 scholieren door VIVES

Frank Devos
fastfoodkinderen.jpg

Meer dan 1 op 4 scholieren heeft een ongezond lichaamsgewicht en 1 op de 10 neemt geen ontbijt. 1 op 4 ouders is niet op de hoogte van een gezondheidsbeleid op school. Dat blijkt uit een onderzoek door het studiegebied onderwijs van VIVES Kortrijk bij 1100 scholieren en hun ouders.

Elk jaar houden de bachelors kleuteronderwijs en lager onderwijs van VIVES Kortrijk een maatschappelijk onderzoek. Het onderzoek heeft steeds dezelfde doelstelling: de leerkrachten in opleiding bewustmaken van de maatschappelijke kwesties en hen laten nadenken hoe ze hier het beste mee omgaan. Afgelopen academiejaar lag de focus op gezondheid op school en een gezonde levensstijl van het kind.

De bedoeling van het onderzoek van dit academiejaar was om een algemeen beeld te krijgen rond gezondheid en gezond leven op school in Vlaanderen. Het betreft een verkennend onderzoek met jongeren tussen 8 en 15 jaar. In het onderzoek worden er verbanden gezocht tussen de gezondheidstoestand van de respondenten en externe factoren zoals bewegingsintensiteit, voedingspatronen en gezondheidsbeleid op school.

Tussen de maanden oktober 2019 en januari 2020 werden er meer dan 1100 scholieren geïnterviewd rond het thema. Ook de ouders van de scholieren werden bevraagd via een schriftelijke enquête. Studenten van de lerarenopleiding van VIVES campus Kortrijk en leerlingen uit de derde graad van het secundair onderwijs namen de interviews af. Voor dit onderzoek werkte VIVES samen met andere secundaire scholen uit West-Vlaanderen. Op deze manier leren de leerlingen uit het secundair onderwijs omgaan met onderzoeksvaardigheden.

Meer dan 1 op 4 jongeren onderhevig aan een ongezond lichaamsgewicht

27,2% van alle respondenten heeft een ongezond lichaamsgewicht. Hierbij werden de officiële groeicurves gebruikt. De studie toont aan dat leerlingen van het lager onderwijs sneller een ongezond lichaamsgewicht vertonen dan leerlingen uit het secundair onderwijs. Opvallend is dat de vrouwelijke jongeren sneller hun levensstijl op basis van beweging en voeding willen veranderen dan mannelijke respondenten. Mannelijke respondenten bewegen meer intensief tijdens de schooluren, zoals voetballen en langdurig lopen, terwijl vrouwelijke respondenten meer lichte bewegingsactiviteiten uitvoeren zoals tijdens de speeltijd al wandelend praten.

1 op 10 respondenten neemt geen ontbijt

Het nuttigen van een ontbijt om een gezonde levensstijl te hanteren is al sterk bewezen en al frequent vermeld. Toch blijkt uit het onderzoek dat nog steeds 1 op 10 jongeren geen ontbijt neemt alvorens ze naar school vertrekken. Het zijn voornamelijk jongeren uit het secundair onderwijs die ’s morgens geen maaltijd innemen. Tijdsgebrek is volgens de jongeren een belangrijke reden om geen ontbijt te nuttigen.

Jongeren moet meer bewegen tijdens de schoolweek

Jongeren doen aan intensievere bewegingsactiviteiten op woensdag en op zaterdag. Helaas bewegen te veel jongeren niet op de andere dagen van de schoolweek. Bijna 15% van de jongeren beweegt na een lange schooldag, die hoofdzakelijk bestaat uit sedentair gedrag, niet meer. De jongeren moeten meer aangespoord worden om te bewegen op volledige schooldagen. Uit het onderzoek blijkt dan ook dat externe verwachtingen om meer te bewegen, naar de jongeren, geen effect hebben op het gedrag van de jongeren. De jongeren moeten bijgevolg zelf intrinsiek gemotiveerd worden om te bewegen.

1 op 4 ouders onwetend van een gezondheidsbeleid op school

Ouders hebben geen kennis van een eventueel gezondheidsbeleid op school, zo blijkt uit de resultaten van dit onderzoek. De ouders hebben bijgevolg geen kennis genomen van gezonde initiatieven die op het niveau van de school genomen worden. Dit kan bestaan uit gezond fruit dat aangeboden kan worden door de school of eventuele acties die de school onderneemt om de jongeren meer te laten bewegen.

Adviezen

Tijdens het onderzoek werd er opgemerkt dat er initiatieven genomen worden om de jongeren een gezonde levensstijl te laten hanteren. Maar deze initiatieven worden niet steeds uitgevoerd of geraken niet steeds tot in de persoonlijke levenssfeer van de jongeren zelf. Daarom blijft de waakzaamheid van leerkrachten in het onderwijs van cruciaal belang.

In het lager onderwijs kunnen de leerkrachten alert zijn om ongezonde levensstijlen van jongeren op te sporen. In het secundair onderwijs is dit minder evident. De school kan initiatieven tonen om gezond te eten en meer te bewegen, waardoor er bijgevolg een gezonde levensstijl gehanteerd kan worden. Het onderwijs kan ook inzetten op toegepaste opleidingen, waarbij de scholieren leren hoe ze gezonder moeten leven; dit zowel op niveau van voeding als op het niveau van beweging. 

Eén van de belangrijkste adviezen uit het rapport is dat de ouders en de leerkrachten tijdig en preventief in dialoog moeten gaan met de jongeren. Jongeren krijgen al op een vroege leeftijd een bepaald voedings- en bewegingspatroon mee. Deze patronen hebben bijgevolg al snel een invloed op een bepaalde levensstijl. Het thema rond gezonde levensstijl moet hiervoor besproken worden op school en in de persoonlijke levenssfeer van de jongeren.

De ouders en leerkrachten moeten uiteraard de nodige kennis rond voldoende beweging en gezond eten krijgen. Deze kennis, attitude en vaardigheden kunnen overgedragen en aangereikt worden door informatieavonden te organiseren voor en door scholen, gemeentes, comités en andere organisaties. Interesse hebben in de jongeren met betrekking tot hun gezonde of ongezonde levensstijl is heel belangrijk om proactief of preventief te werken rond het thema gezond leven.

Deel dit via