Kwaliteit en solidariteit: we kopen vooral lokaal om onze lokale handelaars te steunen en omdat de producten van goede kwaliteit zijn.

Frank Devos
hoevewinkel.png

Wat zorgt ervoor dat consumenten lokale voeding kopen? Zijn er verschillen zichtbaar over de landen heen? Uit een nieuwe vergelijkende studie tussen vijf Europese regio's blijkt dat de zorg voor de lokale economie en de goede kwaliteit van de producten de belangrijkste factoren zijn voor consumenten om lokale voedselproducten te kopen.

De vergelijkende studie, uitgevoerd binnen het Europees project REFRAME, met de steun van het PDPO-project Farmer Business+, onderzocht de houding van consumenten ten opzichte van lokaal voedsel en de intenties om lokaal voedsel te kopen. De vijf Europese focusregio’s waren West-Vlaanderen, Västra Götaland in Zweden, Wesermarsch District in Duitsland, Denemarken en Noord-Nederland.

Beleid op maat

Bij de uitbouw van een strategie ter ondersteuning van de korte keten is het belangrijk om te weten wat de consumenten motiveert tijdens hun aankoopproces. Zo kan het beleid hierop worden afgestemd. Redenen voor lokale aankoop zijn bijvoorbeeld bezorgdheid om het milieu, bezorgdheid om de lokale economie, goede productkwaliteit en voedselveiligheid.

Onze lokale handelaars ondersteunen

Uit het onderzoek blijkt dat de factor "bezorgdheid om de lokale economie" en de factor "waargenomen kwaliteit" de belangrijkste parameters zijn om lokaal voedsel te kopen.

Hoewel de bezorgdheid om de lokale economie in de meeste regio's een belangrijke rol speelt, bleek zij zowel in West-Vlaanderen als in het Wesermarsch District (Duitsland) de meest prominente factor te zijn. Dit geldt ook voor de waargenomen kwaliteit, die in drie van de REFRAME-regio's een belangrijke factor is.

Belangrijkste verschillen

Enkele factoren kwamen in de ene regio sterk naar voor. In de andere werden ze nauwelijks vermeld. Zo is de zorg voor het milieu in West-Vlaanderen een belangrijk motief om lokaal te kopen en is het gezondheidsbewustzijn een belangrijke factor in Denemarken.

4 tips voor marketeers en beleidsmakers

Als het gaat om beleidsvorming en marketing van lokale voedselproducten, worden volgende adviezen geformuleerd:

  • Laat de consument zien hoe de aankoop van lokaal voedsel de lokale handelaar ondersteunt. Bijvoorbeeld door te tonen hoe het geld dat aan lokale voedselproducten wordt uitgegeven, weer terugvloeit naar de lokale economie.
  • Onderzoek en breng de barrières in kaart die verbonden zijn aan het kopen van lokaal voedsel, zodat deze inzichten gebruikt kunnen worden om de consumptie van lokaal voedsel te bevorderen.
  • Creëer een gunstige context voor de aankoop van lokaal voedsel, bv. door lokaal voedsel duidelijk te etiketteren zodat het gemakkelijk herkenbaar is, door te laten zien hoe de klant waar voor zijn geld krijgt en door aan te tonen waarom de aankoop van lokale voedselproducten, al dan niet tegen een meerprijs, de moeite waard is.
  • Breng in beeld welke impact de aankoop van het voedselproduct heeft op het milieu, zodat het de consumenten aanspreekt die bezorgd zijn om het milieu.

Het volledig rapport (ENG) geeft meer inzichten in de motivaties van consumenten om lokaal te kopen.

Over REFRAME

REFRAME is een Europees project binnen het Interreg-programma North Sea Region. Binnen REFRAME werken 10 partners uit België, Denemarken, Duitsland, Nederland en Zweden samen om betere voorwaarden te creëren voor kleine en middelgrote voedingsgerelateerde bedrijven.  Het project bevordert een grotere diversiteit in het voedselaanbod, ondersteunt innovatie en duurzaamheid en creëert lokale werkgelegenheid, waardoor de lokale gemeenschappen worden versterkt. Dit wordt gedaan onder andere gedaan door het opzetten van verschillende regionale initiatieven.

Over Farmer Business+

Farmer Business+ is een onderzoeksproject waarin Hogeschool VIVES samenwerkt met Inagro vzw en Provincie West-Vlaanderen ter ondersteuning en versterking van de korte keten. Er is steun voorzien van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland en de Vlaamse Landmaatschappij.

Meer info?

Evert Vanneste, communicatieverantwoordelijke expertisecentrum agro- en biotechnologie

Dit onderzoek werd uitgevoerd door Jesper Kwant, afgestudeerd aan de Hanzehogeschool in Groningen (NL).

Deel dit via