Studenten VIVES campus Kortrijk denken sinds de aanslagen in Parijs anders over veiligheid en overheidscontrole

Frank Devos
Maatschappelijke veiligheid Campus

In vergelijking met de situatie voor de aanslagen in Parijs, zijn de studenten van VIVES campus Kortrijk sterker te vinden voor toename van overheidscontrole ten koste van de privacy van mensen. Wat echter niet betekent dat ze meer dan vroeger geneigd zijn zomaar iedere maatregel daartoe te steunen. De studenten schatten hun omgeving nu als risicovoller (m.b.t. misdaad) in dan voor de aanslagen, ook al heeft dat eerder te maken met gewone vormen van overlast/delinquentie. Het onveiligheidsgevoel is echter niet toegenomen. Dat blijkt uit studies gevoerd voor en na de aanslagen in Parijs.

In oktober 2014 werd de houding van de VIVES-studenten van het studiegebied sociaal-agogisch werk in kaart gebracht ten opzichte van de wenselijkheid van het gebruik van technologie, hun bezorgheden met betrekking tot privacy, hun vertrouwen in overheidsactoren (politie, justitie, inlichtingendiensten, lokale, Vlaamse en federale overheid), hun onveiligheidsgevoel en de veiligheidsrisico’s die zij in hun omgeving percipiëren. Dit kaderde in een onderzoek naar de inzet van nieuwe technologie zoals intelligente camerasystemen, de aanleg van DNA-databanken, ‘gedragsprofilering’ van individuen/groepen door het koppelen van databanken …. In totaal namen toen 420 studenten deel.

Die bevraging gebeurde voor de terreurdreiging en was niet toegespitst op terrorisme. Eén van de zaken die duidelijk werd uit die bevraging dat de ‘gemiddelde student’ als een ‘twijfelaar’ kan worden omschreven als het gaat over de inzet van die technologie.

Met de aanslagen in Parijs aan het begin en het einde van 2015 dook het spook van het terrorisme terug op in Europa en drukte het een stempel op het publieke debat. Begin 2016 besloot VIVES om de studenten opnieuw op dezelfde manier te bevragen om na te gaan of de terreur en de maatschappelijke discussies hierrond hun houding hadden beïnvloed. Toen namen 299 studenten deel.

Hebben de aanslagen in Parijs de angst en de perceptie van risico’s doen toenemen? Zijn onze respondenten nu meer dan vroeger bereid hun privacy op te geven? Zien ze nu meer dan in 2014 de waarde van het gebruik van nieuwe technologie in de strijd tegen misdaad, ook al heeft die technologie mogelijks gevolgen voor hun privacy-beleving?

Bij studenten die februari, maart 2016 (voor de aanslagen in Brussel) hebben deelgenomen zien we een duidelijke verschuiving in de algemene houding ten opzichte van overheidscontrole versus privacy. Meer dan in 2014 vinden ze dat de overheid meer armslag moet krijgen om haar burgers in de gaten te houden terwijl bezorgdheden rond privacy minder sterk aanwezig zijn.

Paradoxaal genoeg hebben de aanslagen niet geleid tot een grotere bereidheid om de overheid toelating te geven specifieke vormen van technologie (zoals hierboven genoemd) te gebruiken. Het standpunt m.b.t. de inzet van intelligente camera’s is bijvoorbeeld niet gewijzigd in vergelijking met 2014. Het vertrouwen in politie en inlichtingendiensten en de (lokale, Vlaamse en federale) overheid bleef ongewijzigd, maar het vertrouwen in justitie daalde tussen 2014 en 2016. 

Opvallend is ook dat het veiligheidsgevoel (met betrekking tot misdaad) niet is toegenomen, maar dat studenten in 2016 hun omgeving als meer risicovol inschatten. Het risico op een terreuraanslag werd in 2014 niet bevraagd, maar het is opmerkelijk dat onze respondenten in 2016 de kans hoger inschatten om het slachtoffer te worden van overlast, geweld of diefstal, zaken die niet noodzakelijk iets met de terreurdreiging te maken hebben. De verandering in die inschatting van risico’s is het sterkst bij respondenten die zichzelf in 2014 als eerder ‘angstig’ omschreven.

Toen in de loop van de bevragingsperiode Salah Abdeslam werd gearresteerd (vlak voor de aanslagen in Brussel) veranderde dit niets aan de inschatting van de studenten. 

Uit een analyse blijkt dat de aanslagen in Parijs en het publiek debat errond in de nasleep een effect hebben gehad, maar niet altijd op de manier waarop je zou verwachten (vb. geen toename in onveiligheidsgevoel). De analyses suggereren ook dat een verandering in een algemene houding m.b.t. het belang van privacy (t.o.v overheidscontrole) niet noodzakelijk leidt tot grotere acceptatie van technologiegebruik in het veiligheidssfeer.

Uiteraard kunnen we deze bevindingen niet veralgemenen naar de volledige populatie. Het valt ook niet uit te sluiten dat andere factoren dan de aanslagen een (bijkomende) rol hebben gespeeld. Maar het onderzoek is uniek omdat het data uit 2014 verbindt met 2016 en op die manier bij dezelfde groep studenten een verandering kon detecteren.​

Deel dit via